Dit venster sluiten en teruggaan

Gewest Amsterdam

Prins Hendrikkade 48-L

1012 AC  Amsterdam

 

tel.:

fax:

internet:

e-mail:

(020)  624 40 67

(020)  622 65 82

www.anbo-amsterdam.nl

amsterdam@anbo.nl

 


{Standpunt NZ-lijn.doc}fm

 

8 oktober 2002


Huiveringen


Standpunt ANBO over de Noord/Zuid-lijn

 

 

1. De algemene lijn

Waar ouderen een warm gevoel bij krijgen, is:

  • het idee van een te allen tijde goed samenhangend en fijnmazig Openbaar Vervoernet in Amsterdam:

  • met prima overstapmogelijkheden en aansluitingen op het streek- en spoorwegvervoer,

  • met overal frequente verbindingen, en met (naar keuze voor de reiziger) doorgaande snellijnen afgewisseld door stoplijnen met veel haltestops,

  • met overal binnen een loopafstand van 400m (een straal van 250m) aanwezige haltes / stations, zodat men het OV-net vanuit elk punt in de stad goed kan bereiken,

  • met afgestemd op de stedenbouw een bovengrondse en (semi-)ondergrondse infrastructuur van zoveel mogelijk vrij liggende banen waarover bussen, (snel)trams, metro's en eventueel monorailvoertuigen zich ongehinderd kunnen voortbewegen,

  • met een ingebouwde sociale veiligheid: d.m.v. opzet van de bouwwerken alsmede d.m.v. voldoende toezichthoudend personeel,

  • met een technische veiligheid van materieel en bouwwerken die vele factoren hoger ligt dan de minimaal verplichte normen aangeven,

  • met goede bereikbaarheid en toegankelijkheid van materieel en haltes, stations en perrons,

  • met een permanent bouwen aan de toekomst waarbij de stad normaal kan blijven functioneren,

  • met voor iedereen nu en later betaalbare tarieven.

 

 

2. De Noord/Zuid-lijn

Als wij dit globaal programma van eisen naast de plannen voor de Noord/Zuid-lijn leggen, krijgen wij bij een aantal aspecten daarvan kleinere en grotere rillingen:

  • De gedachte dat Amsterdam-Noord hiermee beter ontsloten wordt, spreekt ons erg aan; maar volstaat het een verbinding langs de midden-as in Noord te maken? De slechte bereikbaarheid van Noord (v.v.) wordt niet met één metrolijn opgeheven.

  • Wij hebben geen goed zicht op een gegarandeerd goede verhouding tussen de N/Z-lijn en de ontwikkeling van het regio-netwerk.

  • Consequentie van de N/Z-lijn zou zijn dat een aantal bovengrondse haltes van andere lijnen zouden komen te vervallen; dit gaat ten koste van de fijnmazigheid die juist voor ouderen erg belangrijk is.

  • Vaker overstappen (en dus ook langere wacht- en reistijden) is voor ouderen geen prettig vooruitzicht, en is voor sommigen onder ons een regelrechte marteling.

  • Evenmin zijn wij voorstander van langere loopafstanden: niet alleen naar de ingang van de metro, maar met als extra daarbij de ondergrondse afstanden van de ingang tot het begin van het perron, en van het begin van het perron tot de plaats van instappen; alles bij elkaar een flink stuk, en voor sommigen te veel van het goede: zodat zij er geen gebruik van kunnen maken.

  • Wij vragen ons af of (zeker gezien het toenemend aantal ouderen in Amsterdam) het aantal, de bereikbaarheid en de inrichting van de liften afdoende is (vgl. bijvoorbeeld het formaat van de excentrisch gelegen kleine liften op het CS).

  • Het verschijnsel dat gerenommeerde veiligheidsexperts lijnrecht tegenover elkaar staan m.b.t. de technische veiligheid, gaat ons begrip te boven: iets is veilig of niet, en daar valt toch niet over te twisten? Voor enkele gedachte-experimenten: zie bijlage.

  • Zoals het er uit ziet, zal de stad gedurende langere tijd behoorlijk op zijn kop staan: tijdens de aanleg resp. verbouwing komen er tal van hindernissen en omleidingen van tram/bus, waar ouderen en andere minder mobiele Amsterdammers het meeste last van hebben (of waardoor voor hen een bepaalde rit geheel onmogelijk wordt).

  • Wat betreft het kostenaspect: de juistheid van alle ramingen beweegt zich buiten ons blikveld. Als ouderenbond zijn wij ook niet verantwoordelijk voor de financiering en alles wat daarbij hoort: dat is een overheidstaak. Los hiervan zegt ons gezond verstand:

Het huidige geraamde budget is een wissel op het gunstig verloop in de toekomst. 
Terwijl het verleden geleerd heeft dat zeker bij grootschalige projecten altijd onvoorziene zaken komen opduiken die de kosten tot een veelvoud opdrijven. 
De voorbeelden zijn bekend.
Het rijksbeleid inzake het Openbaar Vervoer is een onzekere factor. Natuurlijk: "daar zijn we zelf bij", maar er spelen ook macro-factoren waar de gewone oudere burger geen invloed op heeft (vgl. de pensioenfondsen-duikeling).
Naar wij begrepen hebben, kunnen de tarieven voor het stadsvervoer over enkele jaren deels op stedelijk niveau worden vastgesteld. Of dit geruststellend is, moet nog worden afgewacht.
  • Wij zouden het ernstig betreuren wanneer de reizigers per saldo de dupe zouden worden van eventueel uit de hand gelopen kosten: als meerkosten zouden door- werken op de tarieven.

  • Door de rijkstendens om Melketier-achtige banen voor subsidiering te schrappen (waaruit een deel van het toezichthoudend personeel bekostigd kan worden) dreigt het beeld dat de sociale veiligheid niet erg groot zal zijn.

 

 

3. De samenvattende lijn

Gezien het bovenstaande vinden wij het niet zo verwonderlijk dat wij veel ouderen horen zeggen:

"Mij krijgen ze op deze manier niet onder de grond!"

Als ouderen op dit moment conclusies moeten maken, dan zien wij:

  • Hetgeen hierboven staat, geldt niet alleen voor ouderen, maar ook voor de andere Amsterdamse burgers (en hun bezoek). Wij denken dan met name aan mensen met kleine kinderen / wandelwagens / boodschappenvracht, rolstoelers, mensen met een (visuele of andere) beperking, enz.

  • Wij twijfelen aan de opzet van de Noord/Zuid-lijn voor zover die nu duidelijk is.

  • Wij twijfelen des te meer wegens een serie onduidelijke factoren, die echter wel het welslagen van de Noord/Zuid-lijn voor ouderen bepalen.

  • Wij zien geen harde garanties waardoor voor ouderen alle benodigde rand- voorwaarden / garanties, zoals hierboven omschreven, "tijdens de rit" (de aanleg) vervuld zullen worden.

 

Tot slot wensen wij de gemeenteraad van Amsterdam veel wijsheid bij de te nemen beslissingen.

 

 

J. Groen,

ANBO-Gewestbestuur,

voorzitter Commissie Verkeer & Vervoer

 

K.van Breederode,

secretaris Commissie Verkeer & Vervoer


Bijlage ter illustratie:

Enkele gedachte-experimenten en vragen m.b.t. de (technische) veiligheid

  • Wij hebben van horen zeggen dat de N/Z-tunnelbuizen uiterst smal zijn, en er weinig vluchtweg aan de zijkanten overblijft. Wij hoorden ook dat het idee zou zijn dat ingeval van calamiteit een metro hoe dan ook moet doorrijden naar een volgend station.

  • Omdat een ongeluk zelden alleen komt, stellen wij ons voor dat ergens door b.v. een gaslek een ontploffing in de nabijheid van de metro komt, met enige instorting als effect. Moeten de metrowagons dan niet ongeveer als tanks uitgevoerd worden om daar doorheen te komen?

  • Bij calamiteiten wil ook wel eens de stroom uitvallen, is onze ervaring. Hoe dan verder?

  • Of een eenvoudige ontsporing, met een brandje door kortsluiting: waardoor een metro dwars en klem komt te zitten in de pijp. Hoe komt men dan als moeilijk lopende  oudere met rollator (of als sportief jongmens) snel op het x meter hoger gelegen straatniveau?

  • Slachtoffers kopen weinig voor "statistisch aanvaardbare risico's"; als het fout mocht gaan, gaat het dan niet meteen heel fout?

 

(Klik hier om terug te gaan naar het verwijspunt naar deze bijlage)


 

 

 

Wilt u deze pagina printen (3 blz.)? Klik dan hier .

Klik om dit venster weer te sluiten