Dit venster sluiten en teruggaan




Coördinatieorgaan

Samenwerkende

Ouderenorganisaties

 

 

www.ouderenorganisaties.nl

 

 

 

 

 

Chr. Krammlaan 6
Postbus 222
3500AE  Utrecht
Telefoon  030  276 99 85
Fax  030  271 90 38
cso@ouderenorganisaties.nl

Giro 1209312

 

 

 

Werkgroep Gemeenschappelijk Tarievensysteem 
Decentrale Overheden
T.a.v. de heer H. Weber
Postbus 30435
2500 GK Den Haag

 

Plaats en datum:
Kenmerk:
Onderwerp:
Utrecht, 28 januari 2002
B 3426 Mob/KW/AB
Standpunt CSO t.a.v. gemeenschappelijk tarievensysteem

 

 

 

Geachte heer Weber,


In het navolgende wordt de reactie van de ouderenorganisaties weergegeven op de voorgenomen voorstellen van de Werkgroep Gemeenschappelijk Tarievensysteem Decentrale Overheden. De reactie gaat zowel in op uw brief van 14 januari j.l. aan de deelnemende organisaties in het Consumentenoverleg als op de op 11 mei 2001 vastgestelde contouren van het nieuwe tariefsysteem.

De ouderenorganisaties achten het loslaten van de landelijke korting voor het openbaar vervoer niet aanvaardbaar. Ouderen die niet of niet meer in staat zijn een auto te rijden, zijn afhankelijk van het openbaar vervoer. Zij hebben geen keuzemogelijkheid. In dit opzicht zitten ouderen en kinderen, voor wie de korting decentraal blijft gehandhaafd, in een vergelijkbare situatie: beiden zijn afhankelijk van het openbaar vervoer. Ouderen, die wel een alternatief voor het openbaar c.q. collectief vervoer hebben, moeten de mogelijkheid hebben te kunnen kiezen voor het vervoermiddel wat zij het meest veilig achten zoals in het geval van slecht weer, drukte op de weg of 's avonds. Voor ouderen mag er geen drempel zijn dat het gebruik van het openbaar vervoer ontmoedigt. 

Ouderen die in een gebied wonen waar de korting wordt afgeschaft kunnen geconfronteerd worden met zeer forse prijsverhogingen. Het argument dat er overheden zullen zijn die hun tarieven op een zo laag niveau vaststellen dat een korting voor ouderen daardoor overbodig zou worden, lijkt ons weinig realistisch.

Indien de korting voor ouderen wordt vrijgelaten aan de decentrale overheden dan dient, naar de mening van de ouderenorganisaties, binnen anderhalf jaar na het verdwijnen van de korting een landelijke evaluatie plaats te vinden. In deze evaluatie zou moeten worden onderzocht wat de gevolgen zijn voor onder andere het welbevinden van ouderen en de verkeersveiligheid. Tevens moet worden onderzocht of de tarieven in de gebieden waar de 65+-korting is afgeschaft inderdaad het verwachte lage tariefsniveau hebben.

Een lineaire opbouw van de tarieven is in de huidige situatie reeds het geval. De ouderenorganisaties hechten aan het handhaven van een maximumtarief en aan een dagkaart. De vrijheid die de auto biedt zal ook door het openbaar vervoer moeten worden geboden. Met name een dagkaart biedt daarvoor mogelijkheden. Voor zover er allocatieproblemen op zouden treden, mogen die niet op de reiziger worden afgewenteld. Tevens vinden de ouderenorganisaties dat aan de prijs per tariefkilometer een maximum moet worden gesteld. 

Het voorstel aan de decentrale overheid over te laten of aanvullende reisvoorwaarden worden verbonden aan de ouderenkaart betekent dat niet alleen per gebied de ouderenkorting verschillend kan worden gehanteerd en de tarieven per kilometer kunnen verschillen, maar dat bovendien per gebied zeer verschillende bepalingen kunnen gelden. Een dergelijke cumulatie van effecten achten de ouderenorganisaties zeer ongewenst. Zo mag het reizen door ouderen tijdens de spits niet worden ontmoedigd. Ook voor deze groep kan het vervoer tijdens de spits noodzakelijk zijn zoals voor bezoek aan een arts of voor bezoek aan verder weg wonende kinderen. 

Bij de definitie van een reis wordt een overstaptijd van 35 minuten als grens gehanteerd, waarbij de chauffeur in geval van vertraging kan 'pardonneren'. De ouderenorganisaties willen u verzoeken dat pardonneren ook te laten gelden in situaties wanneer een slechte aansluiting een langere wachttijd dan 35 minuten met zich meebrengt.

In de visie van de ouderenorganisaties bestaat er een sterk verband tussen feestdagen en tarieven en tussen feestdagen en dienstregeling. Regionale differentiatie in feestdagen kan alleen gelden met betrekking tot bijvoorbeeld carnaval. Feestdagen zonder specifiek regionaal karakter zoals koninginnedag, bevrijdingsdag en oudejaarsdag dienen te vallen onder de landelijke regelingen. Dit betekent dat niet per regio mag worden beslist of een dag aan te merken is als een feestdag. Over vakantieperiodes dient volstrekte duidelijkheid te bestaan. Voor vakantieperiodes moet gelden dat aangesloten wordt bij de door de landelijke overheid vastgestelde vakanties per regio, met de uitzonderingen van de reeds geldende regelingen voor sommige plaatsen. Volgens de ouderenorganisaties is het ongewenst om voor het gebruik van het openbaar vervoer, naast de reeds aanwezige regionale verschillen, nóg meer uitzonderingen toe te laten. Juist in de vakantieperiode worden dienstregelingen steeds verder uitgedund en moet worden voorkomen dat teveel uitzonderingen voor vervelende verrassingen zorgen.

Goede informatie en voorlichting over kosten, tarieven en voorwaarden zijn in de visie van de ouderenorganisaties essentieel. Ouderen hebben behoefte aan duidelijkheid. In het kader van de ontwikkeling van een decentraal tarievensysteem wordt echter gevreesd voor gebrek aan duidelijkheid als bij de ene decentrale overheid de korting wél geldt en bij een naburige overheid niet. Bovendien zal een overzicht over de totale met een reis gemoeide kosten niet of zeer moeilijk te krijgen zijn temeer omdat er geen verplichting is schriftelijke informatie aan reizigers te verstrekken over tarieven die het gebied van een opdrachtgever overschrijden. Als de informatie alleen via internet (OVR) wordt geboden, zal een groot deel van de oudere reizigers verstoken blijven van noodzakelijke informatie over kosten, tarieven en voorwaarden wat voor de ouderenorganisaties onacceptabel is. 



Hoogachtend,

drs. A. Sturkenboom
voorzitter

 

ANBO (de bond voor vijftig-plussers)
NISBO (Nederlandse Islamitische Bond voor Ouderen)
NVOG (Nederlandse Vereniging van Organisaties van Gepensioneerden)
PCOB (Protestants Christelijke Ouderen Bond)
Unie KBO (Unie van Katholieke Bonden van Ouderen)

 

 

 

Wilt u deze pagina printen (3 blz.)? Klik dan hier .

Klik om dit venster weer te sluiten