Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling
t.a.v. mevr. drs. S. Duinkerke
Postbus 1840
1000 BV Amsterdam
| Ons kenmerk
Amsterdam
Onderwerp |
U200312/WD
25 november 2003
decentralisatie |
Geachte mevrouw Duinkerke,
U heeft de ABCZ-partners verzocht om op zeer korte termijn (binnen één week) te reageren op de eindrapportage Zorg/DMO d.d. 9 oktober 2003 die in het kader van de operatie "Financiële decentralisatie en terugdringen bureaucratie" is opgesteld.
Het hoeft geen betoog dat wij liever een redelijke termijn hadden gehad om op deze rapportage te reageren. Wij geven hierbij een eerste, voorlopige reactie aangezien wij het belang hoog vinden. Het verbaast ons overigens wél dat de rapportage al op 10 oktober aan de stadsdelen is gezonden terwijl hij pas op 28 oktober door B&W voor inspraak is vrijgegeven.
De thematiek is in de Stuurgroep ABCZ aan de orde geweest. Wij hebben kennis genomen van de rapportage en van de gevraagde beslissingen inzake de decentralisatie van een drietal geldstromen van de centrale stad naar de stadsdelen.
De stellige mening van de vier ABCZ-partijen is dat decentralisatie van maatschappelijke dienstverlening aan thuiswonende ouderen alleen aanvaardbaar is als aan een aantal voorwaarden is voldaan. Decentralisatie van de WVG volgens de onderzochte scenario's 3 en 4 is wat ons betreft uitgesloten. Een situatie waarbij de beleidsregels en de financiële verantwoordelijkheid ten aanzien van de WVG bij de centrale stad blijven berusten en de uitvoering in een aantal opzichten decentraal plaatsvindt, gekoppeld aan op te richten zorgloketten, zijn wél denkbaar.
De argumenten voor deze stellingname zijn de volgende:
1. De opbouw van een gelijkvormig, gelijkwaardig en samenhangend voorzieningenpakket voor álle Amsterdammers is nog in het geheel niet afgerond.
In diverse documenten (Regiovisie Ouderenbeleid, Regiovisie Gehandicaptenbeleid, Convenant Basispakket, Bestuursaccoord) heeft de gemeente Amsterdam vastgesteld dat Amsterdammers zo dicht mogelijk bij huis een samenhangend pakket van zorg en dienstverlening aangeboden moeten krijgen.
Welzijn en zorg hangen nauw met elkaar samen, vullen elkaar aan en fungeren als communicerende vaten. Gelet op de stand van zaken rond de modernisering van de AWBZ en de introductie van een Wet op de Maatschappelijke Zorg is momenteel voor zowel de centrale stad als voor de stadsdelen volstrekt onduidelijk wat de toekomstige verhoudingen worden. In een dergelijke omstandigheid kan decentralisatie niet aan de orde zijn. Immers, op pagina 5 wordt als argument gegeven van het stadsbestuur zélf om niet tot decentralisatie van bevoegdheden over te gaan, als het gaat om taken die beleidsmatig en/of beheersmatig nog in ontwikkeling zijn.
Hoewel het wenselijk is dat de uitvoering van zorg en dienstverlening samenhangend en vanuit één niveau i.c. het stadsdeelniveau plaats vindt, zijn belangrijke voorwaarden voor decentralisatie echter dat het basispakket in alle stadsdelen volledig is ingevoerd. In het Convenant Basispakket worden de doelstellingen en ambities voor 2003-2005 beschreven, zowel in algemene zin als per functie. In de voorliggende rapportage wordt bij de functies "huisbezoekprojecten", "ouderenadviseurs" en "wonen-plus" gemeld dat deze functies op stadsdeelniveau
"tot wasdom zijn gekomen" en alle stedelijke regie en ondersteuningsactiviteiten daarom overbodig zijn geworden (blz. 8, 9, 10). Het wekt niet alleen verbazing dat alle ambities voor een tijdvak van drie jaar reeds in het eerste jaar 2003 behaald zouden zijn, het sluit ook niet aan op de ervaren werkelijkheid.
Decentralisatie zonder dat de stedelijke functies inhoud hebben gekregen is onbespreekbaar. Stedelijk aangestuurde deskundigheidsbevordering, productontwikkeling en kwaliteitsbewaking door middel van uitwisseling zijn voorwaarden om op stadsdeelniveau de uitvoering plaats te kunnen laten vinden. Daarnaast behoort blijvende beleidsinformatie vanuit de stadsdelen tot de voorwaarden om de stedelijke taken waar te maken zoals
"bewaking van samenhang en structuur", de signaleringsfunctie, de functie van
"verkeersagent" en "toezichthouder", de
"servicefunctie" (specialismen vanuit het draagvlak van de stad) ( blz. 5). Dergelijke stedelijke taken zijn ook aangegeven in de Regiovisie Ouderenbeleid
Wij hebben dan ook grote bezwaren tegen beëindiging van de centraal stedelijke subsidiëring van de ontwikkelingsfuncties m.b.t. de huisbezoekprojecten en de ouderenadviseur die door de SOM uitgevoerd worden.
2. Amsterdammers hebben recht op éénduidige voorzieningen.
De rapportage meldt: "Projectleiders en vertegenwoordigers van stadsdelen stellen zich op het standpunt dat in principe beleidsverschillen en uitvoeringsverschillen tussen stadsdelen niet alleen toelaatbaar zijn, maar ook eigen zijn aan het bestuurlijk
stelsel" (pag. 19). Is een dergelijke opstelling in een aantal gevallen redelijk, juist bij voorzieningen voor ouderen en bij de WVG gaat het echter om een beleidsterrein waarbij individuele burgers afhankelijk zijn van door de overheid verstrekte voorzieningen die bepalend zijn voor hun mogelijkheden deel te nemen in het maatschappelijk verkeer. Terwijl DMO heeft ingebracht (p. 19, midden) dat verschillen in voorzieningenniveau
"voor de burger niet goed te begrijpen zijn", is het onze opvatting dat dergelijke verschillen in het geheel niet te accepteren zijn.
Juist de verschillen in de uitvoering van de WVG die tussen gemeenten optraden, waren voor de landelijke politiek aanleiding om over te gaan tot de opstelling van een protocol dat indien nodig zelfs de status van een amvb zal krijgen. De opstellers van de rapportage onderkennen evenzeer dat verschillen tussen stadsdelen een reële mogelijkheid zijn bij decentralisatie en suggereren dat dan binnengemeentelijk een dergelijk protocol opgesteld kan worden. Het primaat wordt hier gelegd bij de bestuurlijk-administratieve verhoudingen en in het geheel niet bij het belang van degenen waar de WVG voor bedoeld is i.c. de gehandicapte Amsterdammers. Wij zullen ons met alle middelen verzetten tegen een dergelijke zienswijze.
3. Gehandicapte Amsterdammers hebben recht op optimale inzet van de beschikbare WVG-middelen.
Op pag. 20/21 wordt gesproken over de schaal waarop de WVG en in het bijzonder het onderdeel Stadsmobiel uitgevoerd kan worden. Daarbij wordt ten aanzien van Stadsmobiel expliciet onderkend dat er schaalvoordelen zijn door de stedelijke uitvoering. Op dit moment vinden er overigens zoals u bekend is, zelfs op regionaal niveau besprekingen plaats, in feite om de negatieve gevolgen van de decentralisatie naar gemeenten voor de dienstverlening op te vangen.
De projectleiding merkt in dat kader op dat men "betwijfelt of samenwerking tussen stadsdelen 'vanzelf'
komt". Precies om die reden verwachten wij dat de schaalvoordelen die bij het huidige bestuurlijke niveau gehaald kunnen worden, bij decentralisatie naar stadsdelen teniet gedaan worden. Gelet op het aantal indicatiestellingen is de schaal van een stadsdeel te klein, waardoor de huidige schaalvoordelen wegvallen. Schaalvoordelen die de burgers ten goede komen doordat binnen de budgettaire kaders méér voorzieningen voor méér mensen mogelijk zijn.
4. Gehandicapte Amsterdammers hebben er recht op dat de uitvoering van de WVG eindelijk eens fatsoenlijk gaat plaatsvinden
Ten aanzien van de uitvoering van de WVG is het beeld uit de samenvatting van de door ACAM gesignaleerde knelpunten, nota bene op peildatum begin 2002, bepaald onthutsend. Men constateert dat er
"onvoldoende centrale sturing door DMO geleverd werd" en zich daarin in twee jaar tijd geen significante veranderingen hebben voorgedaan.
Wij vrezen dat met een decentralisatie naar stadsdelen de pogingen die sinds enkele jaren in het werk zijn gesteld om de uitvoering van de WVG te verbeteren, tevergeefs zijn geweest. Het is onze overtuiging dat met decentralisatie van de WVG een enorme inefficiency in de uitvoering geïntroduceerd zal worden: stadsdelen moeten allen menskracht aantrekken, waarvan de kosten op het WVG-budget zullen drukken. Dat komt direct ten nadele van de ruimte voor voorzieningen. Het is de vraag of stadsdelen zich voldoende realiseren welke kennis en deskundigheid het vraagt om de WVG goed uit te voeren, ook met het oog op de kwetsbaarheid van de betrokken cliëntengroep. Het perspectief van een integrale uitvoering van WVG, andere diensten en AWBZ-zorg verdwijnt bovendien voorlopig weer achter de horizon.
Gelukkig erkent de projectleiding "dat de huidige stand van de uitvoering van de WVG het niet mogelijk maakt dat op korte termijn overdracht aan de stadsdelen
plaatsvindt". Daar zijn wij het volmondig mee eens.
5. De ervaringen van Amsterdammers die een beroep op de WVG hebben gedaan, dienen leidraad te zijn.
De projectleiding heeft zich in geen enkel opzicht laten leiden door inhoudelijke overwegingen rond de (uitvoering van de) WVG. Juist bij dit onderwerp zou het niet misstaan als men kennis had genomen van de resultaten van de panels die inmiddels over diverse onderwerpen m.b.t. de WVG zijn gehouden. Had men dit wél gedaan dan was men geconfronteerd met de vele klachten en suggesties voor verbeteringen die er van gebruikerszijde naar voren zijn gebracht. Wij verwachten op grond van de ervaringen van gebruikers dat decentralisatie naar de stadsdelen de ervaren ellende alleen maar zal vergroten: grotere versnippering, meer bureaucratie, meer onduidelijkheid etc. Daar komt bij dat er nu reeds klachten zijn over verschillen tussen stadsdelen met betrekking tot de keurings- en legeskosten voor de gehandicaptenparkeerkaart, het beleid rond het stallen van scootmobiels, enz.
Wij verbazen ons erover dat het in een tijd waarin "vraagsturing" centraal staat (zie de onlangs aan ons toegezonden discussienota gemeentelijk gehandicaptenbeleid), kan gebeuren dat de consumentenorganisaties in het geheel niet betrokken zijn of lijken te worden bij deze beleidswijzigingen. Bij de gevraagde beslissingen wordt overwogen dat de Sociale Dienst en Dienst Wonen nog niet zijn geraadpleegd en derhalve betrokken moeten worden. Wij willen er bij u op aandringen om ervoor te zorgen dat ook (organisaties van) consumenten, al of niet in het kader van het op initiatief van DMO opgezette systeem van cliëntenparticipatie in de WVG, gehoord worden in het verdere behandelingsproces en er aldus voor gezorgd wordt dat hun ervaringen een rol spelen bij de besluitvorming.
Samenvattend: de ABCZ-partners zijn fel gekant tegen decentralisatie van de middelen voor huisbezoeken en de ouderenadviseur, alsmede van de WVG volgens de scenario's 3 of 4, zijn verbaasd over de wijze waarop deze materie bestuurlijk behandeld wordt en verbijsterd over de ontbrekende aandacht voor de inhoud en de ervaringen van cliënten. In een tijd waarin vraagsturing beleden wordt, is dit onaanvaardbaar.
Met vriendelijke groet,
Stichting Gehandicapten Overleg Amsterdam SGOA
Amsterdams Patiënten consumenten Platform APCP
Centraal Orgaan Samenwerkende Bonden van Ouderen COSBO
Regionale Federatie van Ouderverenigingen Amsterdam RFvOA
Namens deze,
W. Demollin
Secretaris ABCZ
en directeur SGOA
|